Scream of the Butterfly

Scream of the Butterfly markeerde een vroeg keerpunt in de praktijk, waarbij thema's als kwetsbaarheid, geweld en verzet vanuit een feministisch perspectief werden behandeld.
Het werk benaderde huiselijk geweld op indirecte wijze, waarbij de voorkeur werd gegeven aan geluid, fysieke actie en materiële interactie boven gesproken taal of verhaal.

Versterkte voetstappen, een schreeuwende rode tule, het krakende geluid van eierschalen die tijdens een solo op de vloer onder de rug van de performer waren geplaatst, en de wrijving tussen lichaam en oppervlak fungeerden als choreografische middelen in plaats van symbolische rekwisieten. Deze elementen zorgden voor een belichaamde en akoestische ervaring waarin spanning, kwetsbaarheid en druk waarneembaar werden zonder dat ze bij naam werden genoemd.
Hierdoor verschoof de focus van het stuk van het lichaam als enig expressief subject naar een posthumane constellatie, waarin geluid, materie en kracht actief medeauteur waren van de performatieve ervaring.

Elles Grzybek en Michael Lazic onderzochten hoe ze de brede impact van huiselijk geweld, en in het bijzonder tegen vrouwen, konden ensceneren met verschillende niet-menselijke stemmen en acteurs. Ze wilden het verhaal vertellen vanuit een niet-narratief perspectief, wanneer woorden tot zwijgen worden gebracht en het lichaam reageert tegen schreeuwende objecten.

 

De centrale scenografische actor is een plexiglas kubus van 60 cm in het vierkant die dient als een dramatisch, veelzijdig functioneel instrument dat comfort en veiligheid biedt, maar ook beperkingen en gevangenschap. De kubus drukt verschillende emoties uit, zoals spanning, woede en angst, en verschillende reacties, waaronder verstoppen, verstijven en aanraken.